Filosofische Zelfhulp: Socrates

Geleend van de bibliotheek dus hij moet binnenkort terug, vol grote denkers: Filosofie voor het leven en andere levensgevaarlijke situaties, van Jules Evans. Jules had in zijn studententijd last van een sociale fobie en depressieve gevoelens. Na een cursus cognitieve gedragstherapie, die hij samen met lotgenoten in een zelfhulpgroepje volgde, had hij na een maand geen paniekaanvallen meer. Hij herkende de ideeën van filosofen in de cognitieve therapie en besloot te kijken wat we nog meer kunnen leren van de oude denkers.

1. Socrates was bekend om zijn vraaggesprekken. Volgens hem hebben we de kracht om onszelf te genezen door onze opvattingen aan de tand te voelen en ervoor te kiezen ze te veranderen. Dat zal ook een verandering teweegbrengen in ons gevoel.

Toen ik net begon met uit de put klimmen snapte ik niet waardoor ik me zo rot voelde. Ik probeerde me er zo weinig mogelijk van aan te trekken. Ik dacht dat ik “te veel in m’n hoofd leefde”. Maar tv kijken en alcohol drinken, mijn hiervoor bedachte oplossingen, bleken niet echt bevorderlijk voor mijn gemoedsrust. Winkelen helpt, maar slechts tijdelijk. Tenslotte, mijn laatste redmiddel: het vinden van een geschikte partner,  leek te helpen, maar was ook geen echt structurele oplossing.

Inmiddels weet ik een beetje welke overtuigingen me zo angstig en hopeloos maken dat ik het bijltje er bij neer wil gooien:

A: iedereen moet een positieve indruk van me hebben, en als dit niet zo is is dit vreselijk, verlies ik m’n baan, verlies ik m’n vrienden, en eindig ik in de goot. In de goot als iemand die nooit iets heeft klaargespeeld, of iets heeft betekend voor iemand.

B: de meeste andere mensen doen het beter in hun leven dan ik. Als ik niet beter ga presteren dan anderen is dit verschrikkelijk, verlies ik m’n baan, verlies ik m’n vrienden, etc.

C: mijn werkgever wil me alleen hebben omdat ik jong en goedkoop ben. Als ik ouder word zullen ze ontdekken dat ik waardeloos ben. Ik kan ieder moment ontslagen worden. En als ik oud ben zal ik overbodig zijn in deze maatschappij. Ik zal m’n baan verliezen, m’n vrienden, etc.

D: ik haal te weinig uit mijn leven. Ik maak geen verre reizen, heb geen eigen bedrijf opgericht, geen boek geschreven, geen gekke dingen gedaan, niet in het buitenland gewoond, geen enkele originele gedachte gehad, of andere avonturen beleefd. Hier ga ik onwijze spijt van krijgen. Bovendien zullen mensen me er om veroordelen, ik zal mn baan verliezen, m’n vrienden, etc.

E: ik ben niet voldoende toegerust voor het leven. Ik ben waarschijnlijk iemand die geen baan kan behouden en een uitkering nodig zal hebben. Hierdoor zal ik nooit veel te besteden hebben, zal ik weinig te kiezen hebben, en zullen mijn vrienden en familie medelijden met me hebben. Bovendien is de kans groot dat, gezien de huidige economische situatie, uitkeringen alleen maar minder zullen worden.

  • Aanvulling 1:ik heb geen echt vak geleerd. Ik kan niet echt iets. Daardoor zal ik overbodig raken.
  • Aanvulling 2: ik heb geen echte passie/interesse. Hierdoor zal ik nooit echt goed worden in iets of ergens voor willen gaan. Hierdoor zal ik overbodig raken.

 

Als ik het zo teruglees weet ik wel dat het zo erg niet zal zijn, maar ik geloof het toch. Tot in het diepste van mijn ziel. Hoe kom ik er van af? Hoe kan ik deze opvattingen toetsen aan de realiteit? Energie, moed, en oefening. Zegt Socrates.

Advertenties

Heeeel erg

De put is stom, want ik heb een koortslip en voel me te moe om iets te ondernemen. En dat op koninginnedag. Dus ik kijk naar de inhuldiging van Willem Alexander met de benen omhoog. Intussen lees ik nog eens in Pil. Daar lees ik dat er op internet een een vierdimensionale klachtentest te vinden is: //dkp.nl/apps/4dkl. Ik besluit hem in te vullen om te kijken hoe erg het met me is.

Na 50 vragen over allerlei lichamelijke en geestelijke klachten die ik afgelopen week ervaren heb (niet, soms, regelmatig, vaak, erg vaak of altijd) krijg ik de uitslag. Er zijn vier onderdelen: distress, depressie, angst, en somatisme. Op de eerste twee scoor ik sterk verhoogd, op de de laatste twee matig verhoogd. En nu? Volgens de test kan mijn huisarts of bedrijfsarts de score nader uitleggen. Helaas wordt er op de site geen verdere uitleg of handelingsrichtingen gegeven. Google biedt in deze ook geen uitkomst. Ik denk dat ik maar gewoon verder ga met project “uit de put, in de boom”. Ikzelf vind het namelijk gewoon erg genoeg in deze put.

Begin nooit zonder een rolmodel / een tweedelige strategie

Als ik iets moet doen vind ik het altijd fijn om te zien hoe anderen het aanpakken. Het kan zorgen voor tunnelvisie, en je laten lopen in gebaande paden, maar het kan er ook voor zorgen dat je geinspireerd raakt om ook iets moois te bereiken.

Dus ik kocht een boek. Pil, van Mike Bodde. Hoe een cabaratier zijn depressie overwon. Zijn depressie begon met een enorme vermoeidheid en mondde uit in een hel waarbij hij z’n best moest doen om zichzelf niet te vermoorden. Wat voor hem niet werkte: postitieve dingen denken, mindfulness, cognitieve gedragstherapie, diverse zelfhulpboeken, en de meeste medicatie. Wat hem wel hielp: hardlopen (want als je bang bent en je gaat hard rennen, dan voelt het of je wegrent voor gevaar en neemt je angst af), en Anafranil. Na zo’n 7 jaar voelde hij zich weer de oude worden. En toen pas kon hij alles wat hij in therapie en uit boeken geleerd had toepassen.

Achterin het boek zijn als bonus zeer informatieve interviews opgenomen met zijn behandelaars.

Na het lezen realiseerde ik me dat ik geen zware depressie heb. Ik heb immers nog voldoende energie voor dingen die ik echt leuk vind, al stort ik daarna in. Het relativeerde m’n problemen.

Het belangrijkste dat ik leerde van het boek is dat sommige technieken of therapieen niet werken wanneer je je te slecht voelt. Dit hoorde ik al wel eerder, maar het zonk nu pas goed in: train VOOR de wedstrijd, niet tijdens. Dit wordt zeker onderdeel van m’n strategie. Ik heb dus twee onderdelen nodig:

1. Een strategie voor de wedstrijd, voor instant troost.

2. Een strategie om te (blijven) trainen

Hoe het er in de put aan toe gaat

Om uit de put te komen, moet je zeker weten dat je er niet wil blijven. Dan moet je het naar genoeg vinden om te klimmen. Anders kun je wel klimmen, maar dan zul je na een paar meter er de brui aan geven.

Het naarste zijn de momenten van wanhoop, paniek en algehele overtuiging van m’n eigen nutteloosheid.  Alle beren ter wereld zijn dan tegelijk op bezoek. Alle andere mensen ter wereld doen het beter dan ik. Ik eindig in de goot. In een klein appartementje, in een slechte buurt, met een kleine uitkering. Ik kan er net zo goed meteen heen gaan. Ik ben in tranen en durf niet naar m’n werk. Soms durf ik m’n bed niet uit te komen. Ik heb het gevoel dat ik ieder moment ontslagen kan worden. Het lezen van m’n mail en het opnemen van m’n telefoon is angstaanjagend. Kut put.

Ook naar is het gebrek aan energie en weerstand. Soms ben ik halverwege de week al leeg. Het nare is dat ik dan ook de energie niet meer heb op de beren op ware grootte te schatten. De weekenden hou ik graag leeg. Ten minste een dag. Net als de avonden. Ik doe weinig meer dan werken, soms naar dansles, en soms afspreken met vriendinnen. Uitgaan en alcohol zijn al jaren geschrapt. Ziek ben ik regelmatig, waar ik me erg voor schaam en schuldig over voel naar m’n werkgever toe. Ik schaam me trouwens voor de hele put. Voor m’ n enorme belemmerende onzekerheid en de effecten die het heeft. Zowel m’n werk als m’n omgang met vrienden lijden onder mijn aanwezigheid in de put. Kut put.

KUT PUT. I’M COMING OUT.

De bui zien hangen

Wat ik wel al een maand  volhoud is het bijhouden van mijn eigen bui. Met Mood Panda op je mobiele telefoon kun je op ieder moment je gemoedstoestand een cijfer geven, en kort de reden van je bui intypen. Ik heb nog niet uitgebreid gekeken naar wat het precies oplevert, maar het is gemakkelijk vol te houden. Je kan hem koppelen aan Twitter of Facebook, maar de mijne is lekker privé. Best fijn soms: even stoom afblazen, of juist laten weten dat je blij en gelukkig bent.

Hoe kom je de boom in? Een lijst(je).

Ik weet heus wel hoe ik uit de put kan komen. Ik heb er genoeg boeken over gelezen. Ik weet alleen niet waar ik moet beginnen. En hoe ik het vol kan houden. Tijd voor een to-do-lijst.

o Hardlopen. Bijvoorbeeld 1 x per week, met behulp van Evy. Dit heb ik wel eerder gedaan, maar ik word er alleen maar erg moe van. Ik voel de beloofde endorfinen niet. Toch verdient dit punt nog een kans: het is gezond.

o Elke dag een aantal zaken opschrijven die ik goed heb gedaan. Dit heb ik ook al een tijdje gedaan, maar niet volgehouden. Ik leef liever zonder na te denken over alles. Is het niet vreselijk om in je geheugen te moeten graven om iets positiefs over jezelf te zeggen, terwijl er met gemak honderd negatieve dingen boven komen drijven. Minstens.

o Iets met zelfcompassie. Zelfwaardering is passé, zelfcompassie is het antwoord. Schrijfster Kristin Neff schrijft dat ze “stijf opgerold zwart balletje van onzekerheid en angst, vol afkeer van mezelf” was. Herkenbaar. En dat ze dat met zelfcompassie te lijf ging. Heb boek bevat tientallen oefeningen. Dat is te veel. Ik kies deze: Als je vastzit in negativiteit, kun je de onderstaande zinnen gebruiken om je gevoelens te valideren, terwijl je je tegelijkertijd richt op op je verlangen om gelukkig te zijn: “Het is moeilijk om me op dit moment … te voelen. Je … voelen hoort bij het mens-zijn. Wat kan ik op dit moment doen om me gelukkiger te voelen?”

o Mindfulness. Deze trend lijkt geen trend te zijn maar een (voorlopig) blijvertje. Bedoeld om onze Monkey Brains onder controle te houden. Mijn pogingen staak ik zonder uitzondering omdat ik overspoeld raak door negativiteit en m’n uitgebreide to-do-lijst. Natuurlijk heb ik er een heel boek over, met talloze oefeningen, maar ik begin denk ik met een losse oefening uit Psyche & Brein.

o Embodied Cognition. Volgens de theorie van embodied cognition bepaalt de houding van je lichaam en je gezicht hoe je je voelt. Doe een power pose! Mijn plan is om trots rechtop te gaan lopen en zitten.

o Optimizer worden. In een workshop over Happiness (met grote H) leerde ik dat Maximizers de lat te hoog leggen en zichzelf te veel verantwoordelijkheid geven. Optimizers zijn succesvoller omdat ze succes minder zwart/wit zien en zichzelf niet alle verantwoordelijkheid toedichten. Klinkt onwijs moeilijk. Hoe word je een optimizer?!

o Een doel in m’n leven. Als je weet dat je “dit allemaal” ergens voor doet geeft dat je levensenergie. Mijn gebrek aan een specifieke passie achtervolgt me al sinds het kiezen van een vakkenpakket op de middelbare school. Of misschien is het angst om ergens helemaal voor te gaan? En andere opties uit te sluiten?

0 In de Flow raken. Als je in de flow bent ben je het gelukkigst. Je vergeet alles om je heen, en ben met je aandacht bij één zaak. Hier heb ik zelfs twee boeken over gelezen. Aangeraden wordt om een autotelische persoonlijkheid te ontwikkelen: om de dingen die je niet kunt veranderen lief te hebben, en om van alles een spel te maken zodat je er plezier aan beleeft. Kijk hoe het beter/sneller/ efficienter kan, houd lijstjes bij van je voortgang, splits moeilijke taken op in eenvoudigere taken.

Voorlopig het einde van de lijst…

Uit de put, in de boom

Moe, misselijk, en hoofdpijn. De perfecte excuses om in bed te blijven onder een deken van zelfmedelijden. Gutgut, arm kind. Ik ken wel janken, maar de tranen komen niet. Ik zit in de put, maar wil liever de boom in. De put is niet diep, maar wel lelijk en naar. Wat te doen? Iets veranderen. En een blog beginnen om er over te vertellen.

Blog op WordPress.com.