Hoe ik mijn hart probeerde te openen, met alle risico’s van dien (deel 1)

Ik ben dan wel niet erg veranderd afgelopen jaar, er is wel een hoop gebeurd. Het meeste werd in actie gezet door het beeindigen van mijn relatie. Dat hield namelijk in dat ik 1) een andere huis moest zoeken, en 2) beschikbaar was voor m’n huidige geliefde. Het eerste leidde via een aantal avonturen naar m’n eerste eigen woning. Het tweede leidde er onder andere toe dat ik de moed vond om uit te vallen op m’n werk, een grens te trekken.

Het beeindigen van m’n relatie hield ook in dat ik moest onderkennen dat ik een groot probleem heb. Ik kon niet langer doen alsof deze man gewoon niet de juiste voor me was, en ik mr. right gewoon nog niet tegen gekomen was. Het leek alsof ik steeds in dezelfde val liep. Relatie na relatie.

Een paar weken na de breuk las ik The Science of Trust van John Gottman. Zittend op het bed dat ik voor de zekerheid bij mijn ouders had opgeslagen, in een kamer die huurde bij een hospita . Een dik oranje boek dat ik ooit impulsief kocht omdat het in de aanbieding was bij de Selexyz. Er vielen een aantal kwartjes. Kort samengevat had ik door mijn eigen bindings- en verlatingsangst de relatie in gevaar gebracht. Een dosis conflictvermijding deed de rest: we vertrouwden elkaar niet meer.

Gottman heeft veel onderzoek gedaan naar relaties en vond dat een succesvolle relatie opgebouwd is uit een aantal elementen. Een belangrijk element noemt hij “turning towards” . Hij stelt dat je niet alleen ontrouw kan zijn door vreemd te gaan maar ook door alle andere vormen van “er niet zijn voor je partner”. Dit kan door een belofte niet na te komen, of bijvoorbeeld door niet te reageren op een opmerking van je partner, of door onaardig te reageren.

Laat ik nu het uiten van mijn ongenoegen over iets – laten we zeggen, dat mijn geliefde niet genoeg vraagt naar hoe mijn dag was, terwijl ik ALTIJD vraag hoe zijn dag was- uiten door het negeren van ZIJN verhalen die hij ongevraagd mijn kant op slingert. Dan ben ik er niet voor hem. Hij zal het niet prettig vinden, en mij misschien ook straffen door weg te lopen. En dat terwijl ik eigenlijk gewoon lekker met hem wilde kletsen.

Al lezende voelde ik me tegelijkertijd verrukt (over alle inzichten die verklaarden waarom onze relatie geen happy ending had), en vernederd (omdat ik inzag hoeveel ik fout had gedaan). Huilend biechtte ik mijn zonden op bij mijn psycholoog: “Ik heb er met al m’n issues een zooitje van gemaakt, en vervolgens eigenhandig m’n hart gebroken.” Hij knikte met een frons en zei: “Dat is heel serieus”.

Advertenties

Niet alles wat je denkt is waar (het meeste is stemmingmakerij)

Ook al ben ik niet echt veranderd, ik heb wel één en ander geleerd (steeds als ik denk dat ik nu toch echt wel allemaal weet ontdekt ik weer iets nieuws over mezelf). Eén van die dingen ik geleerd heb afgelopen jaren is dat een naar gevoel, zo’n gevoel waarbij je bijvoorbeeld een deuntje zou willen huilen of iemands hoofd zou willen inslaan, veroorzaakt wordt door m’n eigen gedachten. En belangrijker, dat die gedachten 1) gebaseerd zijn op regels (en overtuigingen) die ik als kind geleerd heb om mezelf schaamte en pijn te besparen, en 2) niet persé waar zijn. Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn als ik 3) niet zo goed naar deze gedachten zou luisteren en handelen.

Ik heb moeten leren luisteren naar wat ik eigenlijk allemaal dacht. Ik had soms echt géén idee. Ik schrok toen ik het me uiteindelijk lukte. Ik zeg een heleboel nare dingen tegen mezelf. En ze zijn allemaal terecht. Volgens Sidra en Hal Stone heeft iedereen een zogenaamde interne criticus. En ook nog allemaal andere “ikken” die verschillende wensen en meningen hebben. Maar de interne criticus is vaak het lastigst. Hij (zij) is keihard, superslim en zegt het beste met je voor te hebben. Hij ondermijnt je met een hoofdletter O. De mijne zegt – onder andere- dat ik alles fout doe, ieder moment ontslagen kan worden, en dat ik te dik ben, of dit snel zal worden. Ze is zo succesvol dat ik na een tijdje onder een dekentje wil kruipen om er nooit meer onder vandaan te komen. Pretty depressing.

Maar ook best interessant dat dat allemaal in m’n hoofd gaande is. Nu nog zorgen dat ze haar mond gaat houden. Of aardiger wordt. Of dat ik niet meer naar haar luister.

Tijd heelt, maar verandert je niet echt

Meer dan een jaar lang heb ik niets meer geschreven hier. In de tussentijd is er voor m’n gevoel weinig veranderd. De tijd doet alleen z’n werk als je de tijd gebruikt. Tijd kan wonden helen maar ook wonden bewaren, alleen afgedekt met een dun laagje vernis. En de mechanismen om die wonden bedekt te houden, die zorgen alleen maar voor meer wonden. Ik heb nog steeds nare gedachten over mezelf, nog steeds weet ik niet goed wat ik wil met m’n leven, of de komende jaren.

Wel kreeg ik een nieuwe geliefde, een halve burn-out, en meer inzicht in mezelf. Ik heb veel gepraat, en natuurlijk ook veel gelezen. Aan de ene kant ben ik nieuwsgierig naar hoe ik in elkaar zit, naar hoe ik gevormd ben, naar m’n gedachten. Aan de andere kant wil ik graag moeilijke zaken uit de weg gaan. Om geen negatieve gevoelens over mezelf te hoeven hebben.

Ik ga verder met de tocht, uit de put, in de boom.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.