Waar het allemaal heen gaat

Als je niet weet waar je heen wil kun je je erg verloren voelen. Als je niet weet wat jij belangrijk vindt, word je geleefd door wat anderen belangrijk vinden. Je hebt daarom een innerlijk kompas nodig, en een idee van of je naar noord, zuid, oost of west wil. Het boek “De Reisgenoot” van Jorge Bucay legt met behulp van metaforen en verhalen uit waarom. Zijn boek is een oproep om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven en dus bewust keuzes te maken.

Maar hoe kom je er achter wat nou precies, of ongeveer, je richting is? Ik heb geen idee wat mijn richting is. Of mijn passie. Of mijn levensdoel. Of mijn talent. Of mijn roeping.

“Maar je weet vast meer dan niets.” Zei iemand laatst tegen me. Tegen wie ik jammerde over m’n verlorenheid.  Nou, ik weet wel iets, maar ik heb niet het idee dat het genoeg is. Als ik al eens iets weet trek ik het ook weer in twijfel: is het wel waardevol genoeg? Is het iets wat ik echt wil? Is het wel iets waar ik goed ik ben? Maargoed, je moet ergens beginnen. Komt ie. Ik wil graag iets maatschappelijk relevants doen, bij voorkeur voor het mileu. Ik zou ook graag de bankencrisis oplossen. ik vind het leuk om stukjes te schrijven over dingen die me iets doen. ik vind het leuk om te vergaderen. Ik vind het leuk om te dansen, en om te verkleden. Ik vind het leuk om zelfhulpboeken te lezen om er achter te komen hoe je je leven moet leiden. 

‘Als je jezelf wil bevrijden van boze buien, tel dan de dagen waarop je niet boos bent geweest.’

Verder met de filosofen. Volgens de Stoicijnen moeten we dagboeken bijhouden en hierin onze gedachten beschrijven. Deze kunnen we vervolgens toetsen en in twijfel trekken. Zo kunnen we slechte gewoontes veranderen in goede gewoontes. Als we het goede gedrag 30 dagen volhouden zal de sle hte gewoonte verlichten, en daarna misschien zelfs verdwijnen. Filosofie is op deze manier een levenslange taak van zelfverbettering.

Ik moet een dagboek gaan bijhouden dus. Iedere dag opschrijven wat ik voor dingen over mezelf gedacht heb. En de dagen tellen dat ik goed over mezelf denk. Maar, wat als ik het nou met alle vreselijke zaken die ik over mezelf noteer eens ben? Dan wordt m’n slechte gewoonte alleen maar sterker. Of zie ik nu een beer op de weg die er niet is? Ik zal toch ooit moeten oefen met het in twijfel trekken van m’n zwarte gedachten. Ik ben alleen bang dat ik er nog slechter in zal zijn dan ik me nu voorstel. En dat de dagen waarop ik succesvol ben niet op zullen tellen.

Filosofische zelfhulp: Epictetus. Richt je op datgene waar je controle over hebt.

Epictetus  stelde de filosofie van de veerkracht op. Veerkracht. Dat heb ik nodig. Mij heb je zo neer. Er komt geen veer aan te pas. Zijn recept, om aan het roer te blijven staan van je eigen ziel, is door voortdurend voor ogen te houden wat je wel in de hand hebt en wat niet.

Niet: (zone 2) ons lichaam, ons bezit, onze reputatie, onze baan, onze ouders, onze vrienden, onze collega’s, onze baas, het weer, de economie, het verleden, de toekomst.

Wel: (zone 1) onze opvattingen.

Epictetus stelt dat we proberen de zaken uit zone 2 te veranderen, wat ons uitput. Tegelijkertijd nemen we geen verantwoordelijkheid voor zaken uit zone 1. Dat kan beter.

Ik heb dus nergens volledige controle over behalve mijn opvattingen? Betekent dat dat ik alles maar moet accepteren? Dat is toch ook een soort hulpeloosheid: “ik heb geen baan, maar als ik het nou allemaal prima vind heb ik iig de controle over mijn opvattingen.”. Blijkbaar snap ik het nog niet. Misschien is het zoals bij optimizers: die erkennen dat ze geen 100% verantwoordelijkheid voor hun resultaten kunnen hebben. Tegelijkertijd zegt Epictetus dat we niet de verantwoordelijkheid voor ons leven bij anderen mogen leggen. We moeten leren onderscheid te maken. Makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe vind je die balans?

Ik snap deze filosofie maar half. Nachtje over slapen en later nog eens over denken.

Filosofische Zelfhulp: Socrates

Geleend van de bibliotheek dus hij moet binnenkort terug, vol grote denkers: Filosofie voor het leven en andere levensgevaarlijke situaties, van Jules Evans. Jules had in zijn studententijd last van een sociale fobie en depressieve gevoelens. Na een cursus cognitieve gedragstherapie, die hij samen met lotgenoten in een zelfhulpgroepje volgde, had hij na een maand geen paniekaanvallen meer. Hij herkende de ideeën van filosofen in de cognitieve therapie en besloot te kijken wat we nog meer kunnen leren van de oude denkers.

1. Socrates was bekend om zijn vraaggesprekken. Volgens hem hebben we de kracht om onszelf te genezen door onze opvattingen aan de tand te voelen en ervoor te kiezen ze te veranderen. Dat zal ook een verandering teweegbrengen in ons gevoel.

Toen ik net begon met uit de put klimmen snapte ik niet waardoor ik me zo rot voelde. Ik probeerde me er zo weinig mogelijk van aan te trekken. Ik dacht dat ik “te veel in m’n hoofd leefde”. Maar tv kijken en alcohol drinken, mijn hiervoor bedachte oplossingen, bleken niet echt bevorderlijk voor mijn gemoedsrust. Winkelen helpt, maar slechts tijdelijk. Tenslotte, mijn laatste redmiddel: het vinden van een geschikte partner,  leek te helpen, maar was ook geen echt structurele oplossing.

Inmiddels weet ik een beetje welke overtuigingen me zo angstig en hopeloos maken dat ik het bijltje er bij neer wil gooien:

A: iedereen moet een positieve indruk van me hebben, en als dit niet zo is is dit vreselijk, verlies ik m’n baan, verlies ik m’n vrienden, en eindig ik in de goot. In de goot als iemand die nooit iets heeft klaargespeeld, of iets heeft betekend voor iemand.

B: de meeste andere mensen doen het beter in hun leven dan ik. Als ik niet beter ga presteren dan anderen is dit verschrikkelijk, verlies ik m’n baan, verlies ik m’n vrienden, etc.

C: mijn werkgever wil me alleen hebben omdat ik jong en goedkoop ben. Als ik ouder word zullen ze ontdekken dat ik waardeloos ben. Ik kan ieder moment ontslagen worden. En als ik oud ben zal ik overbodig zijn in deze maatschappij. Ik zal m’n baan verliezen, m’n vrienden, etc.

D: ik haal te weinig uit mijn leven. Ik maak geen verre reizen, heb geen eigen bedrijf opgericht, geen boek geschreven, geen gekke dingen gedaan, niet in het buitenland gewoond, geen enkele originele gedachte gehad, of andere avonturen beleefd. Hier ga ik onwijze spijt van krijgen. Bovendien zullen mensen me er om veroordelen, ik zal mn baan verliezen, m’n vrienden, etc.

E: ik ben niet voldoende toegerust voor het leven. Ik ben waarschijnlijk iemand die geen baan kan behouden en een uitkering nodig zal hebben. Hierdoor zal ik nooit veel te besteden hebben, zal ik weinig te kiezen hebben, en zullen mijn vrienden en familie medelijden met me hebben. Bovendien is de kans groot dat, gezien de huidige economische situatie, uitkeringen alleen maar minder zullen worden.

  • Aanvulling 1:ik heb geen echt vak geleerd. Ik kan niet echt iets. Daardoor zal ik overbodig raken.
  • Aanvulling 2: ik heb geen echte passie/interesse. Hierdoor zal ik nooit echt goed worden in iets of ergens voor willen gaan. Hierdoor zal ik overbodig raken.

 

Als ik het zo teruglees weet ik wel dat het zo erg niet zal zijn, maar ik geloof het toch. Tot in het diepste van mijn ziel. Hoe kom ik er van af? Hoe kan ik deze opvattingen toetsen aan de realiteit? Energie, moed, en oefening. Zegt Socrates.

Blog op WordPress.com.